top of page
Lizzy_Nachtwacht360_3-4.jpg

Waar is mijn dagboek?

Leven als een kind in de 17e eeuw.

De eerste lessen draaien om verhalen. Wij bieden voorgelezen of zelf te lezen verhalende “dagboekfragmenten" die spreken vanuit het perspectief van de kinderen die in de kunstwerken worden afgebeeld. Elk fragment vertelt over een alledaagse ervaring: een ochtend in een drukke stad, een middag in de keuken van een weeshuis, een avond waarop men bang is voor de pest. Het is fictie, maar zorgvuldig onderbouwd met historische bronnen. 

 

Vervolgens reiken wij hedendaagse spiegelverhalen aan. Leerlingen lezen of luisteren naar dagboekbladzijden die geschreven lijken te zijn door kinderen van nu die dezelfde rollen spelen als hun zeventiende-eeuwse tegenhangers. Het contrast tussen beide tijdlagen nodigt de leerlingen uit tot reflectie. Na het lezen schrijven zij een eigen dagboekfragment over de ochtend die zij vandaag beleefden. Zij beschrijven bijvoorbeeld hoe zij met de fiets naar school kwamen en vergelijken die ervaring met het lopen op houten klompen naar een dorpsschool vier eeuwen eerder.

De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos. De geschiedenis is een hoepel waar we allemaal door heen springen. Uiteindelijk zijn we toch de klos.
Weesmeisjes-Nachtwacht360_Portretten_130x102cm_AdobeRGB_edited.jpg

Lees over de dag van Trijntje in het weeshuis van Amsterdam 

Weesmeisje

Jakobuszoon_Nachtwacht360_Portretten_46,5x40cm_AdobeRGB.jpg

Lees over Jakob en zijn ontmoeting met die beroemde schilder

Kruitjongen

Argeloos_Nachtwacht360_Portretten_46,5x40cm_AdobeRGB.jpg

Lees over Pieter die overal plezier maakt ook al zit het tegen.

Homo Bulla

Luister naar Oopjen

Oopjen Coppit kwam uit een invloedrijke Amsterdamse familie, rijk geworden door handel in graan en buskruit. Bij haar huwelijk met Marten bracht zij een bruidsschat mee van 35.000 gulden — een fortuin in de zeventiende eeuw.

 

Ook zij kiest voor monumentaliteit. Haar donkere zijde contrasteert met het verfijnde wit van kant en parels. Haar bleke huid — zorgvuldig beschermd tegen zonlicht — was een zichtbaar teken van status.

 

Dat twee burgers zich op deze schaal lieten vereeuwigen was ongebruikelijk. Het was een daad van zelfbewustzijn, misschien zelfs van bravoure.

 

Hier toont zich niet alleen rijkdom, maar ambitie.

TH-Oopjen.jpg
00:00 / 02:48
Minneziek breder.jpg

Verliefd in de
Gouden Eeuw

Er Baet geen Medisijn, want het is Minnepijn

In de Gouden Eeuw dachten mensen anders over ziek zijn dan wij nu. Dokters geloofden in de leer van de vier “humoren”: vier lichaamssappen die in balans moesten zijn. Was iemand bleek, warm of had een snelle hartslag? Dan kon dat betekenen dat er iets uit evenwicht was.

 

Maar soms… was het helemaal geen ziekte.

 

Kijk naar Saar. Ze zit dromerig in haar stoel. Haar oma pakt haar pols vast, voelt aandachtig en kijkt bezorgd. Saar eet minder, staart voor zich uit en schrikt als iemand haar naam zegt. Wat zou er aan de hand zijn?

 

In die tijd dacht men dat je aan de pols kon voelen of iemand verliefd was. Het hart zou sneller kloppen als je aan die ene persoon dacht. Dat noemden ze “minnepijn”: liefdesverdriet of verliefdheid die zo sterk voelde dat het bijna op een kwaal leek.

 

En zie je de twee kleine hondjes? In oude schilderijen stonden hondjes vaak symbool voor trouw en geheime genegenheid. Als ze dicht bij elkaar bleven, wist je genoeg.

 

Soms helpt geen medicijn.

Soms klopt je hart gewoon een beetje harder.

  1. Oma voelt aan de pols van Saar. Waarom denk je dat zij dat doet?
     

  2. Zie je het vogeltje in de kooi? Denk je dat het daar wil blijven… of liever wil uitvliegen?
     

  3. Wat zou het vogeltje kunnen betekenen als je kijkt naar hoe Saar zich voelt?

Kijk goed!

Denk & praat samen | Als jij het vogeltje een stem mocht geven, wat zou het dan zeggen?

Denk en Praat Samen

In de Gouden Eeuw gebruikten kunstenaars vaak symbolen. Een vogeltje in een kooi kon betekenen dat iemand nog beschermd werd, bijvoorbeeld door familie. Maar een vogeltje dat bijna uitvliegt… laat zien dat iemand groeit en zelfstandiger wordt.

 

Saar zit precies op dat moment.

Ze is geen kind meer, maar ook nog niet helemaal volwassen.

Misschien klopt haar hart sneller. Misschien droomt ze van iets of iemand buiten het huis.

bottom of page